sandrareijers.punt.nl
Abonneren
Abonneer je nu voor nieuwe artikelen op deze website!
Laatste reacties
Laatste artikelen
 
 
 
 
De persoon met autisme en zijn/haar handicap
 
 
Autisme is een ontwikkelings stoornis die zich al op jonge leeftijd uit. Bijvoorbeeld dat ze niet op andere mensen reageren of doof lijken te zijn. Verder heeft autisme naast dat het een contactstoornis is, ook met de informatie verwerking te maken. Want zo gaat de informatie verwerking van iemand met autisme anders en iemand zonder autisme. Zo kan iemand bijvoorbeel snel overprikkeld raken, als hij of zij met véél prikkels word geconfronteerd ( prikkels = geluiden, drukte mensen ect) Hierdoor kan iemand snel boos worden, angstig worden of gewoon zichzelf willen terug trekken. Dit laatste is een hele goed oplossing, want zo kan hij/zij tot rust komen en de prikkels even verwerken. Daarnaast heeft iemand met autisme ook een grotere kans om last te krijgen van andere psychische aandoeningen, zoals angst, dwang, en nog een aantal van die dingen. Helaas speelt angst bij mensen met een autistische stoornis een grote rol.
 
Veranderingen en de gevolgen voor een persoon met autisme
 
Angst komt vaak na boven bij mensen met autisme als ze aan iets nieuws moeten beginnen wat ze nog niet kennen. Of iets nieuws ondernemen, bijvoorbeeld ergens na toe gaan. Waar je nog nooit geweest bent. Verder kunnen sociale situatie's ook angst geven, omdat ze niet weten wat er van hen verwacht word. Dit zorgt ervoor dat zo'n situatie stress en waardoor die persoon met autisme niet goed uit de verf lijkt te komen.
 
Verder lijken mensen autisme soms dom of onhandig met dingen, of in sociale situatie, dit kan met de druk te maken. Dat ze téveel ineens moeten presenteren. Gevolg dit geeft stress en ze klappen dicht.
 
Sociale concaten
 
 De sociale contacten met leeftijdgenootjes gaan vaak stroef, omdat de persoon met autisme de regie wil houden. Over de activiteit maar omdat het wat spelen betreft meestal over het samenspel gaat. Werk dit niet altijd even goed. Omdat het in een sociale releatie's over wederkeerige intressel gaat. En omdat dit de persoon niet met autisme kan opbrengen, of wél kan op brengen soms maar héél even. Dit kost de autist echter véél inspanning.
Met volwassen daar in tegen, lijkt de autist een waren praatte en praat honderd uit, over het liefst zijn intresse. Want als het over zijn intresse gaat, dan lijkt het gesprek ineens soepel te gaan. Dit komt dan weer omdat de autist zelf de regie heeft, over het verlopen van het gesprek zijn intresse.
 
Intresse
 
Een persoon met autisme heeft vaak een specieke intresse. Dit kan één intresse zijn, maar het kunnen ook meerdere intresse zijn. Het kan ook zijn dat een intresse een aantal jaren blijft, maar het kan ook wisselen.
Zo kan iemand met autisme héél veel plezier aan zijn intresse beleven, maar iemand zonder autisme ziet er de lol niet van.
Zo kan de intensiteit waarmee iemand met zijn intresse bezig is toenemen naarmate de stress/spanning toe neemt. Dit doet hij/zij dan om rust te vinden in de spannende gebeurtenis.
Maar zo kan de intresse ook op de achtergrond even verdwijnen als er geen spannende gebeurtenis in de planning is.
 
Emotie's
 
De emoties van een persoon met autisme kunnen erg wisselend zijn. Zo kan de persoon het ene moment eforisch zijn en het ander moment echter wéér verdrietig. Een spannende gebeurtenis kan ook véél emotie's oproepen. Dit omdat de autist niet weet wat hij/zij kan verwachten van de gebeurtenis. Dit kan véél irritatie's opwekkende bij de huisgenoten of vrienden van de persoon met autisme.
Ook kan de persoon met autisme soms verdrietig zijn, of ineens gewoon ergens om moet huilen. Want autisten hebben net als mensen zonder autisme ook gewoon emotie's.  Alleen zijn de emotie's soms wat extremer. Want zo kan een beetje boosheid omslaag een goed kwaad. En zo kan een beetje verdrietig omslaan in héél veel verdriet. Er lijkt de bij de autist geen balans in te zitten.
Een stabiel evenwicht in emotie's is er dus niet. Want alles schiet meteen door na het extremen.
 
Behandeling/begeleiding/thearpie
 
Een behandeling voor mensen met autisme is er nog niet. Wél kunnen mensen met autisme antidepresiva of antipsychotia voorgeschreven krijgen om hem/haar een emotie's ermee te reguleren. Maar genezen doet het echter niet, de medicijnen zorgen er alleen voor dat de persoon met autisme minder last heeft van de wisselde stemmingen of de woede uitbarstingen of de soms depressive buien. Waar helaas personen met autisme regelmatig last van hebben. Verder zorgen de medicijen ervoor dat de persoon met autisme minder last van angsten heeft. Ook zorgen de medicijen ervoor dat dwang iets op de achtergrond blijft. Maar weg gaan doet het niet, de dwang.
Zo komen er bij autisten regelmatig dwanghandelingen voor, dwanggedachtens ( dwanggedachtens= nare gedachtens waar je aan denk, maar waar je niet wil aan denken. Gedachtens die zich opdringen in je hoofd)
Ook smetvrees, controledwang, vraagdwang ect kunnen helaas allemaal voor komen bij autisten. Dit omdat ze door hun handicap minder goed kunnen relatieveren, en alles niet altijd in het zijn juiste perspectief zien.
Hierdoor zijn de dus sneller angstig, en ontwikkelen ze makkelijk andere psychische aandoeningen. Hier zijn ze door het autisme ook meer vatbaar voor.
 
Voor mijn uitleg geldt echter iedere auist is anders. Want zo zijn er mensen die zwaar autitisch zijn en er zijn mensen die licht autistisch zijn. Echter geldt voor beide, de autist is diegene die niet aan voelt wat de ander nodig heeft. Ook weet de persoon met autisme zich geen houding te geven, als iemand in zijn omgeving verdrietig. Want hij/zij weet niet hoe je iemand moet troosten.
 
IQ van de autist
 
Zoals ik al eerder gaf dat er verschillende soorten autisme zijn, maar dat bij feitelijk ieder vorm rekening moet worden gehouden met zijn/haar handicap. Zo geldt dat ook met het IQ van de autist. Want zo heb autisten die hoogbegaafd zijn, of hoogbegaafd na zijn/haar intresse, bijvoorbeeld natuurkunde. Verder heb je normaal begaafde autisten. En zo zijn er zwakbegaafde autisten, die wél normaal alles kunnen leren, maar er iets langer als een gemiddeld persoon over doet. Verder zijn er mensen met een verstandelijk handicap die autisme hebben. Maar dan spreken we over een dubbele handicap, want het autisme van hem/haar en zijn of haar verstandelijk handicapt. Die laatste groep zorgt dus voor een dubbele hulpvraag.
Het IQ, en de mate van het autistisch heeft invloed op de ontwikkeling van de persoon met autisme. Echter externe factoren kunnen ook invloed hebben op het verdere verloop van zijn/haar leven.
Daarnaast of dat ze last hebben of last krijgen van psychische stoornissen is allemaal van invloed hoe hun verdere leven er later uit gaat zien.
 
Toekomst van de autist het wonen
 
Want zo zijn er autisten, die ergens gewoon een woning huren en het met een beetje begeleiding, dus zeg 2 uur per dag redden. Maar er zijn ook mensen die 5 uur per dag begeleiding nodig hebben, maar ook alleen een woning kunnen huren.
Ook zijn er mensen de gaan groepswonen op een instellingsterrein. Hier is echter wél 24 uur per dag begeleiding aanwezig. Dit zijn meestal de mensen met autisme, die naast hun autisme ook een verstandelijk handicap hebben.
Verder zijn er ook autisten die groepswonen, alleen dan niet op een instellingsterrein maar gewoon ergens in een woonwijk. De mogelijkheid is ook om samen met meerdere autisten in een huis te wonen, en dan samen de keuken en badkamer te delen. De begeleiding die er dan is, kan verschillen van 1 uur per dag. Tot 5 uur ik de week. Ook kan het zijn dat de autist een eigen woning wil, maar toch de begeleiding nodig heeft van 24 uurs zorg. Dan kan hij/zij ook een eigen appartement huren maar de zorg van een instelling in de buurt. Verder heb ik er niet zo véél verstand van.
 
Dit zijn alle autistische stoornissen
 

(Klassiek) Autisme

De stoornis van Asperger

PDD-nos

RETT syndroom

 
Ik hoop dat jullie mij uitleg een beetje begepen hebben. Dit is echter mij eigen uitleg over autisme. Hoe dat ik het ervaar. Zijn er nog vragen stel ze gerust, want ik heb ervaring met autisme. Ik heb namelijk zelf autisme. Het Asperger sydroom, maar sommige zeggen ook PDD-NOS, het komt ongeveer op hetzelfde neer.
 
Groetjes Sandra Reijers ( Sandra.Reijers@hetnet.nl)
 
 
Lees meer...   (2 reacties)
 
Hier wat info over Asperger om te lezen. Succces
 
Sandra Reijers
 

Wat is Autisme?

Autisme komt van het Griekse woord 'autos' dat 'zelf' betekent. Autos verwijst naar de in zichzelf gekeerde indruk die mensen met autisme soms maken. De NVA bedoelt met autisme de verschillende aandoeningen binnen het autismespectrum.

 

Met autisme of autistische stoornissen worden vaak ook andere termen gebruikt, zoals klassiek autisme, de stoornis van Asperger, pervasieve en atypische ontwikkelingsstoornissen, het Multiplex Development Disorder of High Functioning Autism. Deze termen beschrijven elk een aandoening die behoort tot de autistische stoornissen. In het Engels spreekt men van Pervasive Development Disorder (PDD).

 

Uit de naam van de stoornis blijkt niet of het gaat om een lichte of een zwaardere vorm van autisme. Alle mensen met autisme ervaren ieder voor zich hun eigen beperkingen en problemen. Soms ervaart alleen de omgeving dat iemand anders is.


Autistische stoornissen vallen onder de psychiatrische stoornissen en worden geclassificeerd volgens de criteria van de DSM-IV-TR, een systeem dat wereldwijd gebruikt wordt. Binnen deze criteria worden vijf subgroepen van autisme onderscheiden:

  • (klassiek) autisme
  • stoornis van Asperger
  • PDD-NOS
  • RETT-syndroom
  • Desintegratiestoornis van de kinderleeftijd


Voor meer gegevens over prevalentiecijfers ( hoe vaak komt autisme voor in Nederland)  kunt u HIER klikken


De NVA heeft een uitgebreide brochure over autisme uitgegeven: “Autisme Begrijpen”, waaruit het bovenstaande is aangehaald. In deze brochure vindt u veel heldere informatie over autisme. De brochure – en nog veel meer documentatiemateriaal – kunt u bestellen www.autismeboek.nl (bezoek tijdelijk de bestellijst op de oude website). Hier vindt u een actueel NVA- overzicht van alle publicaties, boeken, videobanden en ander voorlichtingsmateriaal over autisme.

Bron : http://www.autisme-nva.nl/

Meer weten over:

(Klassiek) Autisme

De stoornis van Asperger

PDD-nos

RETT syndroom

Desintegratiestoornis van de kinderleeftijd

Basiscursus autisme

De NVA geeft regelmatig groepsvoorlichting over autisme vanuit het perspectief van mensen met autisme zelf, hun ouders of partners.

Deze voorlichting gaat over hoe mensen met autisme hun wereld beleven, wat het betekent om een partner, kind, broer of zus met autisme te hebben en welke behoefte aan begeleiding mensen met autisme hebben. Op basis van het beschikbare voorlichtingsmateriaal wordt in 2006 een basiscursus autisme ontwikkeld. Met dit cursusaanbod wil de NVA een breed publiek informeren over autisme.

De basiscursus bestaat uit een aantal modules, zodat informatie op maat kan worden geleverd, afhankelijk van de doelgroep.

 

Wanneer u belangstelling heeft voor deze basiscursus, kunt u contact opnemen met Frans Coolen: frans.coolen@autisme-nva.nl

 
 
Syndroom van Asperger

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie

 
Ga naar: navigatie, zoeken
Gelieve de aanwijzingen bij medische inhoud van Wikipedia in acht te nemen.
Raadpleeg een arts indien u medische klachten hebt.

Het syndroom van Asperger, of aspergersyndroom, is een pervasieve ontwikkelingsstoornis die tot het autismespectrum wordt gerekend en wordt gekenmerkt door moeilijkheden in de communicatie en beperkte en intense interesses. Het belangrijkste verschil met een autistische stoornis is de taalontwikkeling, in tegenstelling tot kinderen met autisme is de taalontwikkeling van kinderen met asperger normaal en in sommige gevallen zelfs sneller dan normaal. Bij het syndroom van Asperger horen wel sociale problemen, gebrek aan inlevingsvermogen, de voorkeur voor stereotiepe bezigheden en de afkeer van veranderingen.

In de wetenschap bestaat discussie over de vraag of het syndroom van Asperger gezien kan worden als hoogfunctionerend autisme. Neuropsychologisch onderzoek heeft de nodige verschillen aangetoond, maar het is nog onduidelijk of deze resultaten voldoende zijn voor een duidelijke scheidslijn. Andere wetenschappers zijn geneigd het syndroom van Asperger niet als zelfstandige aandoening te beschouwen, maar als ondervorm van Non-verbal Learning Disabilities (NLD).

//

 

[bewerk] Geschiedenis

De stoornis is vernoemd naar de Oostenrijkse psychiater en kinderarts Hans Asperger die in 1944 een proefschrift schreef over het verschijnsel. De eerste die het syndroom van Asperger noemde was Lorna Wing in een medische publicatie van 1981. In 1994 werd asperger voor het eerst erkend in de Diagnostic and Statistical Manual of Mental Disorders (DSM).

 

[bewerk] Asperger en het autismespectrum

Het syndroom van Asperger heeft een aantal kenmerken met andere autistische stoornissen gemeenschappelijk, waaronder problemen met het opbouwen van relaties, een obsessieve toewijding binnen een beperkt interessegebied, afkeer van veranderingen, gebrekkige grove motoriek en dergelijke. Niet al deze factoren zijn bij het syndroom van Asperger even duidelijk aanwezig. Belangrijke verschillen met klassiek autisme zijn de praktisch normale taalontwikkeling, de normale intelligentie (hoewel met opvallende plus- en minpunten) en de normale neiging contacten met anderen te leggen (hoewel dat doorgaans niet goed lukt). Het syndroom van Asperger wordt om deze redenen vaak tot het mildere eind van het autismespectrum gerekend.

Afhankelijk van de aanpak van het diagnosecentrum, zal iemand met het syndroom van Asperger de diagnose ‘autismespectrumstoornis’, syndroom/stoornis van Asperger, hoogfunctionerend autisme of PDD-NOS kunnen krijgen. Al deze diagnosen vallen binnen het autismespectrum en hebben dus bepaalde eigenschappen met elkaar gemeen.

De diagnose wordt bemoeilijkt door de uiteenlopende methodes en instrumenten om het syndroom van Asperger vast te stellen, en de verschillende diagnostische criteria. Naast de, ook in Nederland toegepaste, Amerikaanse diagnosecriteria van de DSM-IV, zijn er ook die van de Wereldgezondheidsorganisatie (ICD-10), de Szatmari diagnostische criteria, de criteria van Gillberg en de criteria die Tony Attwood hanteert.

 

[bewerk] Ontwikkeling in het onderwijs

Kinderen met het syndroom van Asperger vallen soms 'uit de boot' van het reguliere onderwijs, bijvoorbeeld door gebrekkig functioneren in de groep en specifieke problemen met een deel van de standaard lesstof. Speciaal onderwijs (in Nederland) of buitengewoon onderwijs (in België) kan dan door de meer individuele benadering een uitkomst zijn. Vaak komt het voor dat de schoolprestaties goed of zelfs bovengemiddeld zijn maar het sociale gedrag minder, waardoor de kinderen gepest kunnen worden. Behalve aanpassing van het onderwijs aan de specifieke talenten en zwakke kanten van de leerling kan ook tijd worden besteed aan specifieke training voor het verbeteren van sociale vaardigheden.

 

[bewerk] Compensatie en camouflage

Veel meer dan mensen met klassiek autisme leren mensen met het syndroom van Asperger op den duur omgaan met hun moeilijkheden in de omgang met de omgeving en het ontwikkelen/uitbuiten van hun kwaliteiten c.q. specifieke talenten. Hun betere verbale vaardigheden en begaafdheid (gemiddelde tot hoge intelligentie) camoufleren vaak hun andere (ernstige) beperkingen. Deze camouflage, en de beperkte wetenschappelijke informatie die beschikbaar is over hun beperkingen, maken dat hun handicap door de hulpverlening onderschat wordt. Hun beperkingen op het vlak van sociale omgang en empathie zijn nochtans aanzienlijk, en leiden vaak tot sociaal isolement en economische achterstand.

 

[bewerk] Pluspunten

Mensen met het syndroom van Asperger kunnen zich net als mensen met andere autistische stoornissen volledig van de buitenwereld afsluiten en zich intensief en langdurig bezighouden met de eigen interesses. Daarnaast zijn ze heel erg precies en perfectionistisch (soms tot in het extreme), wat in bepaalde beroepen een voordeel kan zijn. In combinatie met een uitzonderlijk talent (wat overigens op zich weinig met het syndroom van Asperger te maken heeft) kan deze preoccupatie leiden tot bijzondere prestaties.

Er bestaat een trend om mensen met uitzonderlijke kwaliteiten, uit heden en verleden, het syndroom van Asperger toe te dichten. Men denkt dan bijvoorbeeld aan mannen als Béla Bartók, Salvador Dalí, Albert Einstein, Bill Gates, Leonardo da Vinci, Andy Warhol en Ludwig Wittgenstein. Ook minder bekende mensen als John Howard, een van de pioniers van het gevangeniswezen, en Hugh Blair of Borgue, een 18e eeuwse jonker die in een beruchte rechtszaak veroordeeld werd, zouden het syndroom gehad hebben.

 

[bewerk] Prevalentie

 

[bewerk] Extreem mannelijk gedrag?

Nog meer dan andere stoornissen uit het autismespectrum, blijkt het aspergersyndroom meer bij mannen dan bij vrouwen op te duiken.

Het aspergersyndroom als extreem mannelijk gedrag is echter een verkeerde interpretatie van de “extreme male brain” theorie van Simon Baron-Cohen. Mensen met het aspergersyndroom zouden van nature geneigd zijn zich op technische details en resultaten te richten en minder op contact en samenwerking. De meeste vrouwen zouden door een andere hersenstructuur meer invoelen en meevoelen (empathiseren)(zie amygdala). Mensen met het syndroom van Asperger zouden door hun extreem mannelijk verstand echter sterk systematiseren. Het is echter nog iets anders om als man of vrouw gedrag te vertonen dat autistisch lijkt, dan autistisch te denken, wat tot een uiteindelijke diagnose kan leiden. Mannen zijn wellicht meer systemisch dan empathisch gericht, maar kunnen zich in de situaties die ertoe doen wel aanpassen. Bij mensen met het syndroom van Asperger of autisme is dat niet het geval.

Een andere theorie dan die van Simon Baron-Cohen stelt dat het meest aanvaarde en mannelijk gedrag wordt gecultiveerd om het besef van ‘het anders zijn’ te compenseren. Mensen met het syndroom van Asperger zouden nooit zichzelf zijn, omdat ze voortdurend bezig zijn zich aan te passen aan de eerder aangenomen normen. Mensen met het syndroom van Asperger zouden zich tevens jonger voordoen dan ze zijn, en ervaren ouder worden als bijzonder onplezierig.

Asperger-kenner Tony Attwood verklaart het overwicht van mannen op vlak van asperger-diagnoses in het verschil in socialisatie, waardoor vrouwen beter hun beperkingen kunnen compenseren. Daarnaast zijn nogal wat zogeheten "asperger-kenmerken" gewoon typische (en dus normale) mannelijke eigenschappen zoals de moeite om meerdere dingen tegelijk te doen, fascinatie voor cijfers, machines, enz.

 

[bewerk] Cijfers

Het merendeel van de informatie hoe vaak het syndroom van Asperger voorkomt, slaat op kinderen. Deskundigen die werken met mensen met het syndroom van Asperger, maar nog meer leken, lijken te vergeten dat deze net als iedereen van kindsbeen af groot worden en verder blijven leven als volwassene.

Bovendien werd vroeger alleen rekening gehouden met mensen die een diagnose ‘klassiek autisme’ kregen. Toen heette 1 op de 2200 mensen "autistisch". Sinds de term ‘autismespectrumstoornis’ steeds meer aanvaard raakt, wordt aangenomen (onder meer door het Vlaamse Autisme Centraal) dat 1 op de 1000 mensen klassiek autisme heeft en 1 op de 200 mensen autistisch is. Het Nederlandse Landelijke Netwerk Autisme neemt aan dat ongeveer 1 op de 400 mensen autistisch is. Een op vier daarvan zou vrouw zijn.

 

[bewerk] Kenmerken

 

[bewerk] Sociale beperkingen

Mensen met het syndroom van Asperger kunnen vaak moeilijk tussen de regels lezen binnen de sociale context. Ze beseffen vaak niet intuïtief wat sociaal (én cultureel) aanvaard is, en vinden niet altijd de juiste toon of mimiek om hun eigen emotionele toestand te uiten. Ze hebben het soms moeilijk letterlijke en figuurlijke taal uiteen te houden (al is dit wel aan te leren en hebben de meesten geen moeite met humor) en iemands lichaamstaal te lezen (met uitzondering van duidelijke lichaamstaal zoals boos of blij kijken). Ze weten vaak ook niet wanneer ze aan het woord moeten/kunnen komen en wanneer niet. Metaforen zijn voor mensen met asperger vaak moeilijker te begrijpen. Als indirect gevolg daarvan hebben ze in mindere of meerdere mate last van gedachteblindheid. Overigens vergelijken ze vaak wel mensen met computers. Door middel van intelligentie en oefening echter kunnen veel mensen met het syndroom van Asperger, op termijn deze "gebreken" min of meer leren te ondervangen. Gewoonlijk leert de persoon gedurende zijn adolescentie "beter" met mensen omgaan. De vooruitgang die hij boekt, verloopt echter als de processie van Echternach: op een periode van verbetering volgt dikwijls een tijd waarin het hem weer minder goed afgaat. Hij moet door schade en schande wijs worden.

Toch presteren ze, wat hun autisme niet zou doen vermoeden, vrijwel normaal op vlak van lees– en schrijfvaardigheden, soms zelfs bovengemiddeld. Bij een groep mensen met het syndroom van Asperger loopt de theoretische kennis van sociale vaardigheden, de sociale kennis, voorop op de sociale ontwikkeling, de sociale praktijk zelf. Wat psychologen en andere onderzoekers vaak opvalt bij mensen met het syndroom van Asperger, is dat er vaak een aanzienlijk grote kloof is tussen het gemeten IQ en het evt. gemeten EQ van de persoon. Meestal is het IQ (ver) boven het gemiddelde en is het EQ (ver) onder het gemiddelde. Ook is er tussen deze twee quotiënten vaak een soort 'wipwap'-effect wat ook bij veel hoogbegaafden te zien is: zodra het IQ stijgt, gaat dit ten koste van het EQ en worden zodoende de sociale vaardigheden en emotionele ontwikkeling minder. Als de persoon zich minder concentreert op z'n intellect en intelligentie, kan dit soms juist weer gunstig werken op de sociaal-emotionele vaardigheden.

Sommige autistische personen herkennen ook gemakkelijker de lichaamstaal van andere autisten terwijl neurotypische ('normale') mensen het daar veel moeilijker mee hebben. Veel van de sociale moeilijkheden zouden volgens mensen met het syndroom van Asperger te maken hebben met een wederzijds onbegrip, in die zin dat noch de autistische persoon noch de ‘neurotypical’ (de standaardmens) elkaar verstaan. Een belangrijk verschil hierbij is dat mensen met het syndroom van Asperger zich hier vaak van bewust zijn, anders dan de gemiddelde neurotypical. Een hieruit voortvloeiende veelgemaakte fout is dat vele neurotypische mensen denken dat iemand met het syndroom van Asperger hén niet begrijpt terwijl het tegenovergesteld ook waar is. Vaak denken neurotypicals dan ook dat zij iemand met het syndroom van Asperger (gedeeltelijk) begrijpen met als gevolg dat deze minder tot niet meer naar iemand met het syndroom van Asperger luisteren.

Het kan ook zijn dat beperktere sociale vaardigheden tot gevolg hebben dat mensen met het syndroom van Asperger onbewust geen zin hebben om te communiceren met andere mensen. Dit is vaak geen sociaal vermijdingsgedrag dat bewust gebeurt. Ook komt het voor dat mensen met het syndroom van Asperger dit wel willen maar niet in contact komen met anderen en in een sociaal isolement zitten.

 

[bewerk] Opgaan in afwijkende interesses

Mensen met het syndroom van Asperger kunnen intense preoccupaties koesteren. Het soort interesse kan per persoon met het syndroom van Asperger sterk verschillen. Zo kan de ene persoon met het syndroom van Asperger helemaal geobsedeerd zijn door bv. het verzamelen van postzegels, en kan de ander weer compleet opgaan in bv. computers. Anderen weten weer alles van bv. reptielen, fototoestellen, wiskunde of het weer. Ook kan het voorkomen dat iemand met het syndroom van Asperger ongebruikelijke of vreemde/bizarre interesses ontwikkelt die bijna niet voorkomen, bv. het verzamelen van ventieldopjes, schoenveters of fietsstandaarden. Niet alleen de interesse zelf, maar vooral ook de intensiteit waarmee mensen met het syndroom van Asperger zich ermee bezighouden, verschilt van anderen.

Hans Asperger noemde de kinderen met het syndroom van Asperger die hij observeerde ‘professortjes’ omdat hij vaststelde dat de 13-jarige patiënten een even uitgebreid en genuanceerd beeld hadden over hun ‘onderzoeksgebied’ als professoren. Een belangrijk verschil is echter dat mensen met het syndroom van Asperger de informatie niet op een zodanige manier kunnen reproduceren en overbrengen als professoren, die met elkaar in discussie gaan en studenten moeten doceren, dat wel kunnen.

Het is gewoonlijk wel zo dat iemand met het syndroom van Asperger gedurende zijn kindertijd een paar keer van interesse wisselt. Een kind dat bijvoorbeeld op zesjarige leeftijd de betekenis van alle verkeersborden uit zijn hoofd weet kan zich drie jaar later de hele tijd met dinosaurussen bezighouden of hartstochtelijk postzegels verzamelen. In de puberteit komt de definitieve interesse gewoonlijk vast te liggen.

Kinderen en adolescenten met het syndroom van Asperger hebben doorgaans weinig geduld voor wat zich buiten hun interesses afspeelt. Op school worden ze gezien als hoogbegaafden, omdat ze duidelijk beter presteren dan hun leeftijdgenoten in hun interessegebieden maar daarbuiten sterk ongemotiveerd zijn. Het IQ van een aanzienlijk deel van de Asperger-lijders ligt ver boven het gemiddelde. Anderen daarentegen zijn niet meer dan gemiddeld begaafd maar zijn hypergemotiveerd om de beste te zijn van de klas.

De combinatie van beperkte sociale vaardigheden en preoccupaties leidt tot ongebruikelijk gedrag zoals het verwelkomen van een vreemde met het afsteken van een lange monoloog over een stokpaardje in plaats van zichzelf kortweg, zoals de huidige maatschappij verwacht, voor te stellen. Sommige volwassenen ontwikkelen meer tolerantie om te diversifiëren en de wereld en haar bevolking te verkennen.

 

[bewerk] Verbale en taalbeperkingen

Mensen met het syndroom van Asperger staan bekend voor hun pedante manier van spreken, met gebruik van taal die te formeel en gestructureerd is voor de gebruikte situatie. Er is vaak weinig of geen intonatie in hun stem, waardoor ze autoritair overkomen. Zo kan een vijfjarige met het syndroom van Asperger gemakkelijk bepaalde woorden en een intonatie gebruiken die goed zouden passen in een universiteitscursus, vooral als het gaat over zijn hobby. Mensen met het syndroom van Asperger kunnen vaak heel erg lang over één ding blijven praten, terwijl de ander er eigenlijk al geen interesse meer voor toont.

Mensen met het syndroom van Asperger maken vaak nieuwe woorden en ongewone samentrekkingen. Zo ontstaat vaak een aparte vorm van humor (woordspeling, woordspel, kreupelrijm, satire). Letterlijke interpretatie is een beperking die sommige, maar niet alle mensen met het syndroom van Asperger delen met anderen uit het autismespectrum. De resultaten hiervan kunnen lachwekkend overkomen bij anderen. Sommigen zijn daarentegen zo sterk in geschreven taal dat ze hyperlexie hebben.

Hoewel mensen met het syndroom van Asperger over het algemeen geen stoornis in hun taalontwikkeling en spraak hebben, kunnen zij absoluut wél moeite hebben met het op gang houden van een gesprek. Soms kan het voorkomen dat ze even niets meer weten te zeggen en niet of slecht uit hun woorden kunnen komen. Dit is ook heel erg afhankelijk van de inhoud van het gesprek, de situatie en het gespreksonderwerp. Wanneer iemand met het syndroom van Asperger moet praten over 'koetjes en kalfjes' zal hij/zij sneller vastlopen dan wanneer het over een van z'n interessegebieden gaat of een ander 'zakelijk' onderwerp. Mensen met het syndroom van Asperger vinden het dan soms ook erg wonderlijk dat neurotypische mensen zomaar heel gemakkelijk over vrije onderwerpen (koetjes en kalfjes) kunnen praten en daarbij voortdurend uit de losse pols het gesprek op gang weten te houden.

Echolalie evenals palilalie kunnen eveneens voorkomen bij mensen met het syndroom van Asperger, zowel als bij anderen uit het autismespectrum. Toch geven kinderen met het syndroom van Asperger vaak blijk van gevorderde mogelijkheden op vlak van taal in vergelijking met hun leeftijdgenoten. Toch zou het jammer zijn als we ons beperken tot deze mogelijkheden, gezien taal in combinatie met de sociale beperkingen het dagelijks leven vooral in de volwassenheid kan ontwrichten.

 

[bewerk] Emotionele bijzonderheden

Iemand met het syndroom van Asperger heeft het soms moeilijk emoties van anderen te plaatsen, in het bijzonder de subtiele boodschappen door gelaatsuitdrukkingen, oogcontact en (intiem) lichamelijk contact. Ze zijn vaak sterk egocentrisch, maar lang niet altijd egoïstisch. Mensen met het syndroom van Asperger zijn vaak emotioneler maar hun vermogen om deze emoties te kanaliseren en op een maatschappelijk aanvaardbare manier te uiten ontbreekt. Bedoelingen opnemen en de vorm om hun eigen bedoelingen te uiten is bij mensen met het syndroom van Asperger, net als bij andere mensen uit het autismespectrum, moeilijk te realiseren. Expliciet zijn en in een heldere taal (dat wil zeggen zonder gebruik van figuurlijke taal en onduidelijke begrippen zoals het woord normaal in "doe eens normaal") uitleggen wat men als niet-autistische persoon wil en bedoelt, kan veel verwarring en onbegrip uit de weg gaan. Een persoon met het syndroom van Asperger kan wanneer zaken op een onverwachte manier gaan last krijgen van emotionele spanning. Kwaadheid, paniek of een huilbui kan dan bij sommigen het gevolg zijn.

Het overgrote merendeel van de wetenschappelijke informatie die beschikbaar is over het syndroom van Asperger heeft betrekking op kinderen. Over de wijze waarop het syndroom bij volwassenen tot uitdrukking komt, beschikken we momenteel meer over vermoedens dan harde feiten. Men veronderstelt dat de meeste mensen met het syndroom van Asperger op den duur leren omgaan met de symptomen (d.w.z. punten waarop ze van anderen verschillen).

 

[bewerk] Diverse kenmerken

Mensen met het syndroom van Asperger hebben een diversiteit aan zintuiglijke, ontwikkelings- en psychologische bijzonderheden. Fijne motorische vaardigheden kunnen bijvoorbeeld vertraagd zijn (veel mensen met het syndroom van Asperger zijn slecht in gym en sport). Een merkwaardige manier van wandelen of een gepreoccupeerde manier van vinger-, hand-, arm- of beenbewegen.

Mensen met het syndroom van Asperger zouden zich tevens aangetrokken voelen tot orde en routine, terwijl verandering in routines en vaststaande ordes bij sommigen angstaanvallen of irritatie kunnen veroorzaken. Ook overprikkeling en extreme gevoeligheid voor tast, geluiden, smaken etc. zijn mogelijk. Deze overgevoeligheid leidt ertoe dat ze zich slechter kunnen concentreren. Als er in een kamer een klok tikt, kan die klok hen uit hun slaap houden, hoewel de gevoeligheid voor onregelmatige prikkels vaak groter is.

Sommigen zijn zelfs extreem gevoelig voor luide geluiden of sterke geuren of houden er allerminst van aangeraakt te worden, bijvoorbeeld met de hand op de schouder of door te kussen. Het tikken van een klok, het druppelen van water uit een defecte kraan, hoe stil ook, of het fladderen van een dwergvlieg kan zulke mensen tot razernij brengen. Te fel licht, zoals TL-verlichting, en te felle kleuren kunnen letterlijk een marteling zijn. Bij de meesten komt deze extreme gevoeligheid niet voor. Veel mensen met het syndroom van Asperger hebben wel moeite om bijvoorbeeld geluid te filteren in een lawaaiige omgeving (bijvoorbeeld een dancing met harde muziek). De harde geluiden op zich zijn niet hinderlijk maar het is erg moeilijk voor ze om stemgeluid te filteren van het overige geluid waardoor ze andere mensen in deze lawaaiige omgeving niet goed kunnen verstaan.

Ook onderprikkeling is mogelijk, wanneer mensen met het syndroom van Asperger niet reageren op bepaalde prikkels, soms zelfs hevige pijnen. Dit komt echter meer voor met andere mensen uit het autismespectrum.

Bovendien kunnen mensen met het syndroom van Asperger te maken hebben met perifere problemen zoals klinische depressie, oppositioneel-opstandige gedragsstoornis, syndroom van Gilles de la Tourette, angststoornissen (met name obsessief-compulsieve stoornis en fobieën). Er zijn ook mensen met het syndroom van Asperger die ook gediagnoseerd worden met dysgrafie, dyspraxie, dyslexie of dyscalculie. Mensen met het syndroom van Asperger vertonen ook wel kenmerken van depressie als gevolg van de matige communicatie met en het onbegrip met betrekking tot de buitenwereld.

 

[bewerk] Gevolgen van het syndroom van Asperger

 

[bewerk] Kindertijd

Mensen met het syndroom van Asperger ervaren vaak problemen in de sociale relaties met leeftijdgenoten.

Zo worden ze in hun kindertijd en adolescentie vaak het lijdend voorwerp van menig plagerij en pesterij op school door hun afwijkend gedrag, taal, interesses en hun beperkte mogelijkheden om sociaal aangepast gedrag te vertonen, en niet of op onverwachte wijze op non-verbale signalen te reageren. Vaak zijn mensen met het syndroom van Asperger zich niet bewust dat ze gepest worden of werden, en geloven dat hun pesters hun vrienden zijn, terwijl anderen meteen zien dat deze ‘vrienden’ achter hun rug hem uitlachen.

Daarenboven nemen deze kinderen dingen vaak extreem letterlijk en hebben het moeilijk om sarcasme en cynisme op te pikken. Het kan ook zijn dat iemand met het syndroom van Asperger gelooft dat iemand niet serieus bezig was, terwijl dat net wel zo bedoeld was (of andersom, dat ze denken dat een grap serieus bedoeld was). Vaak zijn kinderen of tieners met het syndroom van Asperger zich niet bewust van wat er verkeerd is gegaan en hoe. Zij die zich wel bewust zijn van fouten, hebben dat heel vaak pas later door. Toch is het ook mogelijk voor iemand met het syndroom van Asperger om het sarcasme te zien, maar gewoon simpelweg te negeren, en zo conflict te vermijden.

Kinderen met het syndroom van Asperger zijn, in tegenstelling tot andere kinderen uit het autismespectrum, aanvankelijk heel actief sociaal zoekend. Naarmate hun beperkte sociale vaardigheden hun tegenslagen opleveren, zullen ze zich terugtrekken en uiteindelijk mogelijk antisociaal gedrag vertonen.

De combinatie van beperkingen en uitzonderlijke mogelijkheden die deze camoufleren kan soms leiden tot problemen met leraren of directie of college leerlingen (gepest of verstoten worden). Sommige mensen met het syndroom van Asperger negeren of beseffen soms niet hun autoriteit, omdat dit een sociale conventie is. Ze behandelen iedereen dan een beetje hetzelfde, los van hun sociale positie. Sommige kinderen met het syndroom van Asperger gaan bij leraren vaak door voor ‘probleemleerling’. De beperkte tolerantie voor ordinaire opdrachten zonder uitdaging maken dat een kind met het syndroom van Asperger een lagere frustratiedrempel heeft en arrogant en ongedisciplineerd kan overkomen. Het kind zelf kan als gevolg daarvan agressie-aanvallen en vluchtgedrag vertonen.

Veel mensen met het syndroom van Asperger hebben een extreem moreel gevoel en zullen minder snel geneigd zijn om dingen te doen die niet mogen en juist wel respect hebben voor gezaghebbenden zoals leraren en directie. Het komt vaak voor dat ze een 'voorbeeldleerling' zijn omdat ze zich (meer dan anderen) aan de regels houden en goede resultaten halen.

Hoewel het leren op school vaak geen probleem is kunnen er wel problemen ontstaan bij bijvoorbeeld stages of opleidingen met weinig structuur zoals lesmethoden waarin niet klassikaal les wordt gegeven. Bij dergelijke lesmethoden worden scholieren aan hun lot over gelaten, ze moeten zelf studeren en naar de leraar moeten stappen wanneer ze een probleem hebben. De stap om naar de leraar te stappen kan voor veel mensen met het syndroom van Asperger een te grote stap zijn en ook de ontbrekende structuur kan voor problemen zorgen.

 

[bewerk] Volwassenheid

Mensen met het aspergersyndroom zijn niet gedoemd te lijden. De interesses in hun kindertijd kunnen hen mogelijk een betaalde baan opleveren, al blijven de sociale beperkingen vaak een niet te onderschatten drempel tot slagen.

Het komt bij veel mensen met het aspergersyndroom voor dat ze oppervlakkig gezien, zich net zo normaal ontwikkelen als ieder ander. Pas als (heel) subtiel naar de persoon gekeken wordt en/of de persoon uitgebreid psychologisch onderzocht wordt, blijkt dat er iets aan de hand kan zijn. Ook kan het voorkomen dat slechts het enkel kennis krijgen van de betekenis van aspergersyndroom of autisme al voldoende is om te weten dat de persoon het syndroom van Asperger heeft. Er worden zelfs mensen officieel of onofficieel als iemand met het syndroom van Asperger gediagnosticeerd terwijl deze mensen niet of nauwelijks problemen in hun leven hebben gehad (bv. Bill Gates). Ook hieruit blijkt dat het syndroom van Asperger niet altijd een handicap of ernstige stoornis hoeft te betekenen, soms juist het tegendeel. Veel mensen met het aspergersyndroom erkennen hun beperkingen en proberen zich aan te passen. Het lukt volwassenen met het syndroom van Asperger vaak, ook al hebben ze geen diagnose, zelf hun aanpassingsproces te regelen, zonder behandeling. Ze ervaren nochtans dezelfde problemen als veel mensen met autisme.

Zo kunnen ze zowel in interesses opgaan, maar doen ze ook eenvoudige dingen in het huishouden langzaam. Soms is er zelfs sprake van inertie. De vaat doen bijvoorbeeld vergt meer moeite, wat soms de (verkeerde) indruk geeft dat iemand met het syndroom van Asperger lui is. Veel autisten hebben daarom een dagschema dat hen het leven vergemakkelijkt.

Mensen met het syndroom van Asperger scoren vaak onvoldoende op een sollicitatiegesprek of persoonlijkheidstest, of ervaren, als ze desondanks toch de betrekking krijgen, veel misverstanden of pestgedrag op het werk. Ze ervaren veel moeilijkheden een levensgezel te vinden, of raken gescheiden om tal van redenen buiten hun wil. Veel mensen met het syndroom van Asperger blijven levenslang alleenstaand en hebben (nog) nooit een relatie gehad. Dit kan een bewuste keuze zijn, maar is vaak tegen hun wil in. Zelfs tot op latere leeftijd ervaren veel mensen met het syndroom van Asperger dat ze niet behoren tot de wereld rondom hen. Anderzijds zijn er ook volwassenen met het syndroom van Asperger die trouwen, kinderen krijgen, een gelukkig gezinsleven ervaren, een universitaire titel krijgen en een goed betaalde baan hebben. Toch komt dat vaak door veel zelfkennis, een focus op hun mogelijkheden, en aanpassingen door de omgeving.

 

[bewerk] Ondersteuning

Er zijn diverse instanties waar mensen met een autistische stoornis terecht kunnen voor begeleiding en/of lotgenotencontact. Naast officiële instanties zoals het GGZ zijn er verenigingen zoals PAS (Personen uit het Autisme Spectrum) (welke zich richt op normaal begaafde volwassenen (18+) met autisme) en de NVA (Nederlandse Vereniging voor Autisme) (welke zich vooral richt op ouders met autistische kinderen).

 

[bewerk] DSM-criteria

Het DSM-IV geeft de volgende criteria (299.80):

  • A. Kwalitatieve tekortkomingen in de sociale interactie, wat blijkt uit minimaal twee van de volgende criteria:
    1. Duidelijke tekortkomingen in meerdere vormen van niet-verbaal gedrag, bijvoorbeeld rechtstreeks oogcontact, gelaatsexpressie, lichaamshouding en gebaren in sociale context.
    2. Onvermogen tot het aangaan van relaties met leeftijdgenoten die passend zijn bij het niveau van ontwikkeling.
    3. Ontbreken van het spontaan delen van vreugde, interesses of prestaties met anderen (bijvoorbeeld geen voorwerpen tonen, geven of aanwijzen).
    4. Gebrek aan sociale of emotionele wederkerigheid.
  • B. Beperkte herhaalde en stereotiep gedragspatronen, interesses en activiteiten -patronen, wat blijkt uit minimaal één van de volgende criteria:
    1. Overheersende preoccupatie met een of meer stereotiepe en beperkte interessepatronen die afwijkend is in intensiteit of aandachtsgebied.
    2. Duidelijk inflexibel vasthouden aan niet-functionele routinehandelingen of rituelen.
    3. Stereotiep en herhaald motorisch gedrag (bijvoorbeeld fladderen of draaien van handen of vingers of complexe bewegingen met het hele lichaam).
    4. Duidelijke preoccupatie met delen van voorwerpen.
  • C. De aandoening leidt tot klinisch significante tekortkomingen op sociaal of beroepsmatig gebied of op andere belangrijke terreinen.
  • D. Er is geen klinisch significante achterstand in de taalontwikkeling (bijvoorbeeld woorden op tweejarige leeftijd, zinnen op driejarige leeftijd).
  • E. Er is geen klinisch significante achterstand in de cognitieve ontwikkeling of in de ontwikkeling van zelfhulpvaardigheden, aanpassingsgedrag (sociale interactie niet meegerekend) en de nieuwsgierigheid naar de omgeving.
  • F. Er is niet voldaan aan de criteria voor een andere pervasieve ontwikkelingsstoornis of schizofrenie.

 

[bewerk] Zie ook

 

[bewerk] Externe links

 
 
 
 
Dit komt van de site van het NVA af. NVA = Nederlandse verening voor autisten.
 

Asperger

De Oostenrijkse kinderarts Hans Asperger publiceerde in 1944 zijn eerste artikel over een groep kinderen en jongeren met een afwijkend gedragspatroon. Dit gedrag staat tegenwoordig bekend als de stoornis van Asperger. Het heeft lang geduurd voordat de ideeën van Asperger - oorspronkelijk gepubliceerd in het Duits - tot de Engelse vakliteratuur waren doorgedrongen. De stoornis van Aspereger is in Nederland pas sinds de jaren tachtig bekend, Lorna Wing heeft deze term toen voor het eerst weer genoemd.

 

Mensen met de stoornis van Asperger hebben net als mensen met klassiek autisme problemen met sociale interactie. Ze vertonen beperkte patronen van gedrag, een beperkte belangstelling en een beperkt patroon van activiteiten. Het verschil is de spraakontwikkeling. Mensen met de stoornis van Asperger hebben een normale spraakontwikkeling. Maar dat wil niet zeggen dat ze geen communicatieproblemen hebben. Vooral met de meer subtiele sociale aspecten van communicatie hebben ze problemen. Mensen met de stoornsis van Asperger hebben een normale of hoognormale intelligentie.

 

Zo kan een vierjarige met de stoornis van Asperger woorden gebruiken die niet bij een normale ontwikkeling horen waardoor hij erg wijs kan klinken. Er wordt dan vaak aangenomen dat het kind ook op andere gebeiden vaardigheden heeft die goed ontwikkeld zijn. Dit is niet altijd het geval. Daar komt bij dat er voor een goed sprekend kind met een vorm van autisme geen vanzelfsprekend verband is tussen enerzijds wat iemand zegt te weten en te kunnen en anderzijds wat iemand doet en kan.

 

In de DSM-IV-TR wordt de stoornis als volgt omschreven:

1. Kwalitatieve beperkingen in de sociale interactie, zoals blijkt uit ten minste twee van de volgende items:

  • duidelijke stoornissen in het gebruik van veelvoudig non-verbaal gedrag, zoals oogcontact, gelaatsuitdrukking, lichaamshouding en gebaren om de sociale interactie te bepalen
  • er niet in slagen met leeftijdgenoten tot relaties te komen die passen bij het ontwikkelingsniveau
  • een tekort in het spontaan proberen met anderen plezier, bezigheden of prestaties te delen (bijvoorbeeld het niet laten zien, brengen of aanwijzen van voorwerpen die van betekenis zijn)
  • afwezigheid van sociale of emotionele wederkerigheid

2. Beperkte, zich herhalende en stereotiepe patronen van gedrag, belangstelling en acitviteiten, zoals blijkt uit ten minste één van de volgende items:

  • sterke preoccupatie met één of meer stereotiepe en beperkte patronen van belangstelling die abnormaal is in intensiteit of aandachtspunt
  • duidelijk rigide vastzitten aan specifieke niet-funcionele routines of rituelen
  • stereotiepe en zich herhalende
Lees meer...
 
Uitleg over autisme en met name de vorm Asperger die ik heb. En dat er ook positive kanten aan het autisme hebben zitten. Véél kijk plezier.
 
Groetjes Sandra
Lees meer...
Sinds gisterenavond heb ik 2 web-logs, want ik beschik sinds enkele weken over een eigen hyves. Met deze link : http://singeltje1984.hyves.nl/ En deze site sinds gisteravond. Ik weet alleen helaas nog niet hoe deze web log werkt. Maar in de loop van de tijd probeer ik er achter te komen. Verder wil ik met deze web log véél aandacht aan autisme besteden, omdat ik het zelf heb. Niet de zuivere vorm. Maar Asperger, omdat ik normale taal ontwikkeling heb gehad, en omdat ik gewoon 'normaal begaafd' naast mij autisme. Dit maakt het dat ik het etiket Aserger, als vorm van autisme. Misschien kan in de loop van de tijd wél wat uitleggen over autisme. Maar is het té moeilijk of blijkt het niet te lukken, dan ga ik een andere richting op met deze web-log, maar dat moet ik allemaal nog zien hoe het gaat lopen. Ik hoop dat jullie met plezier op deze web log komen. En kijk nog eens op de links, want daar kan je ook véél info over autisme vinden.
Véél plezier.
 
Groetjes Sandra Reijers
Lees meer...   (1 reactie)
Dit is een beticht zomaar om even te testen.
 
Groetjes Sandra
Lees meer...   (2 reacties)
Categorieën
Domeinregistratie en hosting via mijndomein.nl